Talen

Oostenrijks nieuwe tijdperk van consumentenrechten: Hoe de EU-richtlijn inzake acties door belangenbehartigers class actions verandert

Publicaties: mei 19, 2025

Inleiding


De EU-richtlijn inzake acties door belangenbehartigers in verband met de bescherming van collectieve consumentenbelangen (de "richtlijn inzake acties door belangenbehartigers") werd in 2020 ingevoerd en verplichtte alle EU-lidstaten om de bepalingen ervan uiterlijk op 25 december 2022 in nationaal recht om te zetten. Niet alle lidstaten hebben deze termijn echter gehaald, waaronder Oostenrijk. Oostenrijk zette de richtlijn uiteindelijk op 18 juli 2024 om in nationale wetgeving, wat een belangrijke verandering betekende in zijn systeem voor acties door belangenbehartigers.

Richtlijn inzake representatieve acties van de Europese Unie


De richtlijn inzake acties door belangenbehartigers is in het leven geroepen om consumenten in staat te stellen hun collectieve belangen te beschermen door middel van acties door belangenbehartigers. Deze richtlijn is een cruciaal instrument voor de toegang van consumenten tot de rechter en bevat waarborgen om rechtsmisbruik te voorkomen. De implementatie ervan vereist dat Oostenrijk zijn procesmechanismen uitbreidt en de procedures eiservriendelijker maakt. De invoering van een collectief verhaalsysteem in Oostenrijk stelt consumenten in staat om schadevergoeding te eisen, wat een opmerkelijke verschuiving is ten opzichte van de eerdere focus op verbodsacties of declaratoire maatregelen.

Welke veranderingen kunnen zich voordoen in de Oostenrijkse class action?

In Oostenrijk kunnen acties door belangenbehartigers alleen worden ingesteld door gekwalificeerde organisaties om de collectieve belangen van consumenten te beschermen, hoewel individuele claims nog steeds kunnen worden ingediend via de "Oostenrijkse collectieve actie", waarbij claims worden overgedragen aan een andere partij voor gezamenlijke afdwinging. Deze bestaande vorm van collectieve actie blijft beschikbaar en ongewijzigd. Er worden echter twee nieuwe soorten collectieve acties geïntroduceerd: de vordering tot staking en de vordering tot schadevergoeding.

Vertegenwoordigende actie tot staking

Gekwalificeerde entiteiten kunnen een verbodsactie instellen tegen bedrijfspraktijken die een impact hebben of dreigen te hebben op de collectieve belangen van consumenten. Oostenrijk staat acties toe voor elke juridische schending die de belangen van consumenten bedreigt, niet alleen die welke de EU-wetgeving schenden, wat meer flexibiliteit biedt.

Vertegenwoordigende actie voor schadeloosstelling

Dit type actie is van toepassing wanneer consumenten vorderingen tot schadeloosstelling hebben verzameld die eerder buiten de rechtbank werden betwist. Om deze actie in te stellen, moeten ten minste 50 eisers een gemeenschappelijk probleem hebben. Een opvallend kenmerk van deze actie door belangenbehartigers is de optie om gezamenlijk een tussentijdse declaratoire uitspraak te vragen, onderdeel van de verhaalsprocedure, die een vroegtijdige beslissing mogelijk maakt over het bestaan van een specifiek recht of rechtsbetrekking, die bindend is voor alle betrokken consumenten.

Toepassingsgebied

Het systeem van vertegenwoordigende acties in Oostenrijk is uitsluitend van toepassing op relaties tussen bedrijven en consumenten (B2C), wat betekent dat alleen consumenten die goederen of diensten hebben gekocht hiervan kunnen profiteren. Hoewel de richtlijn inzake acties door belangenbehartigers minimumeisen stelt, waardoor sommige lidstaten (bijv. Duitsland) ook kleine tot middelgrote bedrijven kunnen betrekken bij collectieve acties, heeft Oostenrijk ervoor gekozen om het toepassingsgebied strikt te beperken tot consumenten.

Oostenrijk past de richtlijn toe op meerdere rechtsgebieden, zodat consumenten niet beperkt zijn tot één juridische sector maar vorderingen kunnen instellen op verschillende gebieden, wat flexibiliteit biedt bij het zoeken naar schadevergoeding.

Procedure

In Oostenrijk heeft de handelsrechtbank van Wenen de exclusieve bevoegdheid om te beoordelen of zaken voldoen aan de criteria voor collectief verhaal. Zodra de rechtbank een actie door belangenbehartigers goedkeurt, wordt de beslissing openbaar gemaakt en hebben consumenten vanaf de publicatiedatum drie maanden de tijd om zich bij de rechtszaak aan te sluiten.

Zodra consumenten zich bij de collectieve schadeactie hebben aangesloten, beoordeelt de rechtbank de feiten en juridische kwesties met betrekking tot elke claim. Als de collectieve actie niet ontvankelijk wordt geacht, kan de rechtbank de verjaringstermijn met drie maanden verlengen, zodat consumenten extra tijd hebben om individuele claims in te dienen als de collectieve actie niet wordt goedgekeurd. De definitieve beslissing van de rechtbank wordt vervolgens gepubliceerd.

Schikkingen

Een actie door belangenbehartigers kan ook worden afgesloten via een schikking tussen de bevoegde entiteit en het bedrijf, hoewel de rechtbank de schikking moet bevestigen voordat deze van kracht wordt. Deze beslissing is alleen bindend voor consumenten die zich hebben aangesloten bij de vertegenwoordigende actie.

Financiering van rechtszaken

In vergelijking met andere EU-lidstaten hanteert Oostenrijk een relatief flexibele benadering ten aanzien van de financiering van rechtszaken voor collectieve acties. Financiering door derden is toegestaan, wat betekent dat externe entiteiten rechtszaken voor collectieve acties kunnen financieren. Consumenten die willen deelnemen aan een collectieve actie moeten een overeenkomst ondertekenen tussen de bevoegde entiteit die hen vertegenwoordigt en de externe sponsor, zodat de sponsor wordt gecompenseerd voor het financiële risico en consumenten toegang krijgen tot de rechter.

Gekwalificeerde entiteiten

In Oostenrijk zijn specifieke organisaties erkend als bevoegde entiteiten om vorderingen in te stellen namens consumenten. Deze entiteiten moeten aan bepaalde criteria voldoen en toestemming hebben van de relevante autoriteit. Voor grensoverschrijdende en binnenlandse rechtszaken wijst Oostenrijk de Oostenrijkse Federale Kamer van Koophandel en Industrie en de Oostenrijkse Federale Kamer van Arbeid aan als bevoegde instanties. Voor binnenlandse rechtszaken worden extra instanties erkend, waaronder:

  • De Oostenrijkse Kamer van Landbouw

  • De Conferentie van voorzitters van de Oostenrijkse landbouwkamers

  • De Oostenrijkse federatie van vakbonden

  • De vereniging voor consumenteninformatie

  • De Oostenrijkse seniorenraad