Rechtbanken kunnen betaling van zekerheid eisen bij het afdwingen van uitvoerbaarheid
Publicaties: december 01, 2015
Auteurs
De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld[1] dat indien het vonnis waarvan uitvoerbaarverklaring wordt gevraagd nog niet onherroepelijk is, het gerecht dat over een tweede of derde rechtsmiddel beslist, in zijn eindbeslissing op het rechtsmiddel de partij die de uitvoerbaarverklaring vraagt, kan veroordelen tot betaling van zekerheid overeenkomstig de Brussel I-Verordening.[2]
Feiten
Het doel van de zekerheid is het risico tegen te gaan dat de schuldenaar loopt door de tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing die niet onherroepelijk is.
In het bijzonder is de zekerheid bedoeld om de schuldenaar te beschermen in het geval dat:
- de tegenpartij insolvent wordt;
- niets ten uitvoer kan worden gelegd tegen de tegenpartij; of
- het proces in de staat van oorsprong lang duurt en de schuldenaar gedurende die tijd niet over bevroren activa kan beschikken.
Het type en het bedrag van de zekerheid worden bepaald door de wet van de staat die de tenuitvoerlegging uitvoert; het bedrag wordt bepaald door de rechter.
Indien de rechtbank in de staat van oorsprong geen betaling aan de schuldeiser beveelt, maar in plaats daarvan betaling van een waarborgsom aan de rechtbank, is het gevaar voor de schuldenaar kleiner en kan een lager bedrag aan zekerheid volstaan.
Opmerking
De zekerheid is een aansprakelijkheidsfonds voor mogelijke verliezen voor de schuldenaar. Het is bedoeld om ongerechtvaardigde verliezen voor de schuldenaar te voorkomen als het rechterlijk bevel later wordt herroepen of gewijzigd in de staat van oorsprong en de vorderingen tot schadevergoeding of ongerechtvaardigde verrijking niet kunnen worden afgedwongen.
Hulpmiddelen
- Zaak 3 Ob 75/14x.
- Artikel 46, lid 3.
