Talen

Hooggerechtshof oordeelt dat CMR voorrang heeft op Rome I Verordening

Publicaties: september 02, 2014

Inleiding

In een recent arrest heeft de Hoge Raad zich gebogen over een rechtsconflict in verband met het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR).[1]

Volgens artikel 1 lid 1 CMR is het CMR van toepassing op overeenkomsten voor het vervoer van goederen onder bezwarende titel over de weg in voertuigen, wanneer de als ophaalplaats aangewezen plaats en de als plaats van aflevering aangewezen plaats (zoals vermeld in de overeenkomst) in twee verschillende landen zijn gelegen, waarvan ten minste één een overeenkomstsluitend land is.

Feiten

In dit geval was de CMR van toepassing op grensoverschrijdend goederenvervoer omdat zowel Denemarken als Italië overeenkomstsluitende staten zijn. De Rome I Verordening (593/2008) was ook subsidiair van toepassing op de overeenkomst tussen de partijen over het vervoer van goederen.

Als internationaal eenvormig recht heeft het CMR voorrang voor zover het een aangelegenheid zelf regelt of een collisieregel bevat (artikel 25 van de Rome I-verordening). Vragen die niet door het CMR worden behandeld, die niet door interpretatie kunnen worden opgelost en waarvoor geen specifieke reeks wetten is voorgeschreven, vallen onder het recht dat moet worden toegepast volgens het conflictenrecht. Als het CMR niet van toepassing is, zijn de collisieregels van artikel 5, lid 1, van de Rome I-verordening van toepassing op een overeenkomst voor het vervoer van goederen.

In dit geval hebben de partijen geen rechtskeuze gemaakt en was Oostenrijk - waar de hoofdzetel van de verwerende scheepvaartmaatschappij was gevestigd - niet de plaats waar de goederen werden opgehaald (Denemarken), afgezet (Italië) of waar de hoofdzetel van de expediteur was gevestigd. Op grond van artikel 5, lid 1, van de Rome I-verordening moest dus het recht worden toegepast van de staat die door beide partijen was aangewezen als de plaats van afgifte (namelijk Italië); de rechtbank was dan ook van oordeel dat het Italiaanse recht moest worden toegepast.

Opmerking

Het CMR heeft voorrang op de Rome I-Verordening voor zover het zelf een kwestie behandelt of een collisieregel bevat.

Bronnen

  1. OGH 18.2.2013, 7 Ob 5/13f.