Aan schriftelijkheidsvereiste kan worden voldaan door algemene voorwaarden met prorogatieclausule
Publicaties: december 02, 2014
Auteurs
Op 27 februari 2014 deed het Hooggerechtshof uitspraak in een zaak[1] waarin de eiser internationale bevoegdheid bepleitte op basis van de regels voor geschillen over individuele arbeidsovereenkomsten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5 van het Verdrag van Lugano 2007. Het Hooggerechtshof oordeelde dat er sprake was van een individuele arbeidsovereenkomst onder artikel 18 van het Verdrag van Lugano.
De eiser stelde dat hij gedurende de relevante periode vrijwel uitsluitend in Oostenrijk voor de gedaagde had gewerkt (internationale bevoegdheid is gebaseerd op de plaats waar een werknemer het laatst regelmatig heeft gewerkt). Daarmee week hij af van de door de verwijzende rechter vastgestelde feiten (waaraan de Hoge Raad is gebonden), volgens welke hij in de relevante periode voornamelijk in Bulgarije en Duitsland had gewerkt.
De Hoge Raad kan alleen afwijken van de door de rechtbank vastgestelde feiten als de rechtbank uitsluitend gebruik heeft gemaakt van documenten of toelaatbaar indirect bewijs. In dit geval waren de in het beroep betwiste feiten gebaseerd op de directe getuigenis van de eiser en een getuige; het hof kon er dus niet van afwijken.
Voorts kon de eiser zijn verzoekschrift niet baseren op een prorogatieclausule die werd geïnterpreteerd op grond van artikel 21 van het Verdrag van Lugano, omdat niet was voldaan aan het "schriftelijkheids"-vereiste van artikel 23, lid 1, onder a). Hoewel aan dit vereiste ook kan worden voldaan door te verwijzen naar algemene voorwaarden die een prorogatieclausule bevatten, vereist de vaste jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie en het Hooggerechtshof in gevallen als deze dat de tekst van een contract expliciet verwijst naar de algemene voorwaarden.[2] Het stond buiten kijf dat de partijen geen schriftelijke overeenkomst hadden gesloten; er was dus niet voldaan aan het vereiste van 'schriftelijk'.
Bronnen
- Hoge Raad, 27 februari 2014, 8 Ob A 38/13s.
- HvJ 1976, 1831 randnoot 12 - Estatis Salotti/Rüwa; RIS-Justiz RS0115733; m.nt. 1 Ob 98/11k; Brenn, Europäischer Zivilprozess randnoot 56; Tiefenthaler in Czernich/Tiefenthaler/Kodek, Europäisches Gerichtsstands- und Vollstreckungsrecht³ Art 23 EuGVVO randnoot 29.
